Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte [2] van 19 april 2023 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
ter terechtzittingvan 8 december 2023 verklaard:
proces-verbaal van aangifte [4] van 14 mei 2023 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
bij de deur en ik hoorde hem zeggen: ‘Kom dan!’.
een letselrapportage [5] over [slachtoffer 1] – zakelijk weergegeven – geschreven:
schatting duur verdere genezing zichtbare letsel: 4 weken;
schatting duur verdere genezing overige letsels: 4 weken.
proces-verbaal van bevindingen [6] van 23 mei 2023 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen [7] van 16 mei 2023 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
ter terechtzittingvan 8 december 2023 verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN EN VAN VERDACHTE
hevigegemoedsbeweging. Uit de gedragingen van verdachte en zijn beweegredenen blijkt ook dat hij met zijn handelen een zekere rationaliteit en doelgerichtheid aan de dag heeft gelegd, waardoor niet gezegd kan worden dat een door de aanranding veroorzaakte hevige gemoedsbeweging doorslaggevend is geweest bij zijn handelen.
7.OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren,met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Hierbij wijkt de rechtbank bij de straftoemeting af van de vordering van de officier van justitie, omdat zij dit een passender straf vindt.
8.BENADEELDE PARTIJEN
10.BESLISSING
gevangenisstraf van 5 (vijf) jaren;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 938,61, bestaande uit een vergoeding van € 188,61 aan materiële schade en een vergoeding van € 750,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 19 april 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 5.342,96 bestaande uit een vergoeding van € 342,96 aan materiële schade en een vergoeding van € 5.000,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 14 mei 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat