ECLI:NL:RBMNE:2023:7019
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verblijfsontzegging wegens ernstige openbare ordeverstoring
Verzoeker maakte bezwaar tegen een verblijfsontzegging opgelegd door de burgemeester van Utrecht voor het gebied rond [straat 1] en [straat 2], vanwege ernstige verstoring van de openbare orde. De burgemeester baseerde het besluit op het Aanwijzingsbesluit van de APV, dat dit gebied aanwijst vanwege frequente overlast door een groep verslaafde dak- en thuislozen.
Verzoeker betoogde dat de verblijfsontzegging in strijd is met het legaliteitsbeginsel, de onschuldpresumptie en het recht op bewegingsvrijheid, onder meer omdat hij zijn advocaat niet kan bezoeken. De burgemeester stelde dat de maatregel proportioneel en noodzakelijk is om de openbare orde te handhaven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen, dat het proces-verbaal voldoende feiten bevatte om de overtreding aan te nemen en dat de onschuldpresumptie niet werd geschonden. De inbreuk op de bewegingsvrijheid werd als proportioneel en gerechtvaardigd gezien, mede omdat verzoeker alternatieve mogelijkheden heeft om zijn advocaat te bereiken.
De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en staat geen hoger beroep toe.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verblijfsontzegging wordt afgewezen.