Eiser kreeg in 2023 recht op AOW-pensioen, waarop de SVB een korting van 20% toepaste vanwege tien jaren schuldige nalatigheid bij premiebetaling. De rechtbank oordeelt dat de besluiten over drie jaren niet rechtsgeldig zijn bekendgemaakt omdat ze naar het adres van de ex-partner zijn gestuurd, waar eiser niet stond ingeschreven. Deze besluiten zijn daardoor niet in werking getreden en mogen niet leiden tot korting. Voor de overige zeven jaren zijn de besluiten wel correct bekendgemaakt naar het adres van zijn ouders, waar eiser stond ingeschreven, en deze korting blijft daarom van kracht.
De rechtbank erkent dat de wetgever per 1 januari 2024 de kortingsregeling afschaft vanwege kwetsbaarheid van het systeem en het ontbreken van doenvermogen bij burgers, maar benadrukt dat de rechter niet mag toetsen aan deze beleidskeuze. Wel leidt het ontbreken van overgangsrecht ertoe dat lopende bezwaarprocedures na 2023 met toepassing van de nieuwe wet moeten worden behandeld, waardoor eiser uiteindelijk geen korting meer zal krijgen over 2023.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 6 juni 2023 en draagt de SVB op een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met deze uitspraak. Tevens moet de SVB het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden. Hiermee wordt de korting op het AOW-pensioen teruggebracht van 20% naar 14%, en uiteindelijk door de nieuwe wet volledig opgeheven voor 2023.