Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:7092

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 december 2023
Publicatiedatum
29 december 2023
Zaaknummer
UTR 23/3771
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 AOWArt. 61 Wet financiering sociale verzekeringenWet tot wijziging van de Algemene OuderdomswetWet financiering sociale verzekeringenInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging korting AOW wegens schuldige nalatigheid bij premiebetaling door SVB

Eiser kreeg in 2023 recht op AOW-pensioen, waarop de SVB een korting van 20% toepaste vanwege tien jaren schuldige nalatigheid bij premiebetaling. De rechtbank oordeelt dat de besluiten over drie jaren niet rechtsgeldig zijn bekendgemaakt omdat ze naar het adres van de ex-partner zijn gestuurd, waar eiser niet stond ingeschreven. Deze besluiten zijn daardoor niet in werking getreden en mogen niet leiden tot korting. Voor de overige zeven jaren zijn de besluiten wel correct bekendgemaakt naar het adres van zijn ouders, waar eiser stond ingeschreven, en deze korting blijft daarom van kracht.

De rechtbank erkent dat de wetgever per 1 januari 2024 de kortingsregeling afschaft vanwege kwetsbaarheid van het systeem en het ontbreken van doenvermogen bij burgers, maar benadrukt dat de rechter niet mag toetsen aan deze beleidskeuze. Wel leidt het ontbreken van overgangsrecht ertoe dat lopende bezwaarprocedures na 2023 met toepassing van de nieuwe wet moeten worden behandeld, waardoor eiser uiteindelijk geen korting meer zal krijgen over 2023.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 6 juni 2023 en draagt de SVB op een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met deze uitspraak. Tevens moet de SVB het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden. Hiermee wordt de korting op het AOW-pensioen teruggebracht van 20% naar 14%, en uiteindelijk door de nieuwe wet volledig opgeheven voor 2023.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de SVB en draagt op tot een nieuw besluit met een korting van 14% in plaats van 20%, waarbij na 2023 geen korting meer zal gelden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3771
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (de SVB), verweerder

(gemachtigde: mr. C.A. van der Vlist).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de SVB van 6 juni 2023 behandeld op de zitting van 29 december 2023. Namens eiser was zijn zus [A] aanwezig. De SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Daarbij is gewezen op de mogelijkheid om daartegen in hoger beroep te gaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het besluit van 6 juni 2023;
  • draagt de SVB op om het door eiser betaalde griffierecht van € 50,- aan hem te vergoeden.

Beoordeling door de rechtbank

1. Toen eiser in 2023 66 jaar en 10 maanden oud was, kreeg hij recht op een AOW-pensioen. Deze zaak gaat over de korting van 20% die de SVB daarop heeft toegepast, omdat eiser over 10 jaren geen AOW-premie heeft betaald. De SVB heeft dat gedaan in het besluit van 10 maart 2023 en heeft dat besluit gehandhaafd in de beslissing op bezwaar van 6 juni 2023.
2. De SVB moet voor elk kalenderjaar waarin iemand ‘schuldig nalatig’ is geweest om de verschuldigde premie te betalen een korting toepassen van 2% op het AOW-pensioen. Dat staat in artikel 13, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Dat iemand schuldig nalatig is geweest, moet door de SVB voor ieder jaar eerst zijn vastgesteld in een apart besluit. Dat staat in artikel 61, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen en dat stond vóór 2006 in de Wet financiering volksverzekeringen.
3. De besluiten waarin de SVB heeft vastgesteld dat eiser schuldig nalatig was met het betalen van premie over de jaren 2001, 2002 en 2003 zijn in 2005 en 2007 naar het adres van zijn ex-partner gestuurd. Op de zitting is vastgesteld dat eiser daar toen niet stond ingeschreven. De rechtbank vindt dat van eiser niet verwacht kon worden dat hij in de gaten zou houden of er bij zijn ex post voor hem werd bezorgd. De besluiten over 2001, 2002 en 2003 zijn daarom niet op de juiste manier bekendgemaakt door de SVB. Het gevolg daarvan is dat deze besluiten niet in werking zijn getreden. En het gevolg daarvan is weer dat de SVB voor deze jaren geen korting van 2% per jaar mocht toepassen op het AOW-pensioen.
4. De besluiten waarin de SVB heeft vastgesteld dat eiser schuldig nalatig was met het betalen van premie over de overige 7 jaren zijn naar het adres van zijn ouders gestuurd, waar eiser toen stond ingeschreven. De rechtbank vindt dat de SVB mocht uitgaan van dat adres. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiser na zijn scheiding in een moeilijke situatie zat, was het wel zijn verantwoordelijkheid om bij zijn ouders de post in de gaten te houden. De zus van eiser heeft op de zitting erkend dat het zou kunnen hij de post over het hoofd heeft gezien en betwist de ontvangst dan ook niet. Deze besluiten zijn wel goed bekendgemaakt en zijn in werking getreden.
5. De zus van eiser heeft er op de zitting op gewezen dat de wet op 1 januari 2024 wijzigt en dat de wetgever ervoor heeft gekozen om de korting op het AOW-pensioen vanwege schuldige nalatigheid vanaf dan te laten vervallen. De wetgever heeft daarbij juist voor ogen gehad dat door die korting kwetsbare mensen onevenredig kunnen worden geraakt. Eiser vindt dat dit argument ook geldt voor het AOW-pensioen dat hij in 2023 krijgt.
6. Op 1 januari 2024 treedt inderdaad een wijziging van de AOW in werking. [1] Door een wijziging van artikel 13 van Pro de AOW is het schuldig nalatig zijn met het betalen van premie geen grondslag meer voor het toepassen van een korting op het AOW-pensioen. Dat geldt ook voor eiser. Uit de toelichting op het wetsvoorstel valt af te leiden dat een van de aanleidingen hiervoor was dat het systeem van schuldig nalatig verklaren vanuit burgerperspectief kwetsbaar is, dat veel burgers ook bij de planning van hun pensioen niet ver vooruitdenken en handelen en dat bij hen soms het doenvermogen kan ontbreken. De wetgever wil in wetten en regels de manier van doen veranderen, waarbij de mens meer centraal staat. [2]
7. De rechtbank is het met eiser eens dat de gedachte die de wetgever hier tot uitdrukking brengt ook kan worden doorgetrokken naar AOW-pensioenen die nu al worden uitgekeerd. De wetgever heeft echter de keuze gemaakt om de korting vanwege schuldige nalatigheid pas vanaf 1 januari 2024 te laten vervallen. Het is niet de taak van de bestuursrechter om daarover te oordelen, juist omdat de wetgever hier bewust voor heeft gekozen. De bestuursrechter mag ook niet toetsen of de wet zoals die nu nog geldt juist is. De SVB heeft voor de overige 7 jaren dan ook terecht een korting van 2% per jaar toegepast op het AOW-pensioen.
8. De conclusie is dat de SVB niet had moeten uitgaan van 10, maar van 7 jaren van schuldige nalatigheid bij het betalen van premie. De SVB had daarom niet een korting van 20% maar van 14% op eisers AOW-pensioen moeten toepassen. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt de beslissing op bezwaar, omdat die in strijd is met artikel 13 van Pro de AOW.
9. De SVB moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van eiser en moet zich daarbij aan deze uitspraak houden. Daarbij is nog wel iets bijzonders aan de hand. Bij de wijziging van artikel 13 van Pro de AOW heeft de wetgever namelijk niets geregeld voor lopende bezwaar- of beroepsprocedures: er is geen overgangsrecht. Als de SVB na 31 december 2023 een nieuw besluit neemt op eisers bezwaar, moet hij daarom het nieuwe artikel 13 van Pro de AOW toepassen. Er is dan geen grondslag meer voor een korting vanwege schuldige nalatigheid bij het voldoen van premie. Hoewel de SVB in 2023 dus een korting van 14% mocht toepassen, leidt deze procedure er in het voordeel van eiser dan toe dat hij over 2023 alsnog een volledig AOW-pensioen ontvangt. Ook dat is een gevolg van de keuze van de wetgever.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 december 2023 door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. de Graaf, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet financiering sociale verzekeringen en de Invorderingswet 1990 in verband met het afschaffen van de mogelijkheid om schuldig nalatig te verklaren bij het niet of niet geheel betalen van de premie voor de volksverzekeringen.
2.Zie de memorie van toelichting,