Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
4.De beslissing
3 mei 2023, onder gelijktijdige betekening van het eerder ingediende verzoekschrift en deze beschikking;
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft een schadevergoeding van €2.300,- gevorderd van de Staat wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming in het kader van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp die op 2 september 2022 door de kinderrechter is verleend. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze machtiging op 10 november 2022 vernietigd voor het verlengde gedeelte na 7 september 2022.
De rechtbank ontving het verzoekschrift op 6 januari 2023 en heeft verzoeker op 7 februari 2023 geïnformeerd over haar voornemen om de zaak te verwijzen op grond van artikel 69 Rv Pro. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hierop te reageren.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot schadevergoeding bij dagvaarding had moeten worden ingeleid. Daarom beveelt zij verzoeker om het verzoekschrift binnen twee weken te verbeteren en bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de dagvaardingsprocedure bij de kantonrechter. De rolzitting is vastgesteld op 3 mei 2023, waarbij verzoeker de Staat bij exploot moet oproepen en het exploot aan de griffie moet overleggen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verzoeker om het verzoekschrift te verbeteren en verwijst de procedure naar de dagvaardingsprocedure bij de kantonrechter.