ECLI:NL:RBMNE:2023:7209

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 december 2023
Publicatiedatum
8 januari 2024
Zaaknummer
AWB - 23 _ 2233
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Participatiewet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen plan van aanpak en tijdelijke ontheffing arbeidsverplichting bij bijstand

Eiser ontvangt sinds 2017 bijstand op grond van de Participatiewet en is door het college aangemeld voor een traject bij Amfors om zijn belastbaarheid te onderzoeken en hem arbeidsfit te maken. Het college baseerde dit op een arbeidsdeskundig rapport en een medisch advies.

Eiser betoogde dat hij op grond van dringende redenen tijdelijk ontheffing van zijn arbeids- en re-integratieverplichtingen zou moeten krijgen vanwege psychische klachten en zorgtaken voor zijn minderjarige dochter. Ook stelde hij dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was.

De rechtbank oordeelde dat tijdelijke ontheffing van de re-integratieverplichting niet mogelijk is volgens de Participatiewet, omdat artikel 9, tweede lid, alleen tijdelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen toestaat. Hierdoor verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond zonder inhoudelijke beoordeling van de overige gronden.

Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht werd niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson op 7 december 2023 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het plan van aanpak en de weigering tot tijdelijke ontheffing van de arbeidsverplichting is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2233

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

7 december 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. K.T. Ghaffari),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder

(gemachtigde: P. Boogaard).

Procesverloop

Bij besluit van 21 november 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder (het college) een plan van aanpak opgesteld met als startdatum 28 november 2022.
Bij besluit van 12 april 2023 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2023. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. Eiser ontvangt sinds 31 oktober 2017 bijstand op grond van de Participatiewet (Pw). Hiervoor heeft eiser ook meerdere keren een uitkering ontvangen. Op 6 april 2022 is door het college besloten om de belastbaarheid van eiser te onderzoeken.
2. Het college heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat in het plan van aanpak terecht is aangegeven dat eiser wordt aangemeld voor een traject van 6 tot 8 weken bij Amfors om de belastbaarheid in kaart te brengen in de praktijk en om hem arbeidsfit te maken. Aan de besluitvorming ligt een rapportage van de arbeidsdeskundige van 17 oktober 2022 en een medisch advies van een bedrijfsarts van 27 oktober 2022 ten grondslag.
3.
Eiser voert in beroep aan dat hij is verplicht om mee te werken aan het traject bij Amfors. Volgens eiser bestaan er dringende redenen om hem tijdelijk te ontheffen van de arbeids- en/of re-integratieverplichtingen op grond van artikel 9, tweede lid, van de Pw. Het medisch onderzoek dat het college heeft laten verrichten, is volgens eiser onzorgvuldig tot stand gekomen. Tot slot stelt eiser dat sprake is van psychische klachten op grond waarvan hij vrijgesteld moet worden en dat hij zorgtaken verricht voor zijn minderjarige dochter.
4. De rechtbank overweegt dat zij alleen mag oordelen over het bestreden besluit en dat het bestreden besluit gaat over het opleggen van een re-integratieverplichting (onderdeel b van artikel 9, tweede lid, van de Pw). Tijdelijke ontheffing van een re-integratieverplichting is op grond van de wet niet mogelijk. In artikel 9, tweede lid, van de Pw staat namelijk dat het college, als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c. De tijdelijke ontheffing op grond van artikel 9, tweede lid, van de Pw is dus alleen mogelijk gemaakt voor de arbeidsverplichtingen van artikel 9 van Pro de Pw. Om deze reden is het beroep al ongegrond. De rechtbank komt daarom niet toe aan de andere beroepsgronden van eiser.
5. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding en eiser krijgt het griffierecht niet terug.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
7 december 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.