ECLI:NL:RBMNE:2023:731
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering te veel ontvangen WIA-voorschot
Eiseres ontving per 1 januari 2022 een WIA-uitkering toegekend door het UWV. Het UWV berekende definitief de uitkering en constateerde dat eiseres in de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2022 een bruto bedrag van € 2.541,93 te veel aan voorschot had ontvangen. Dit bedrag werd teruggevorderd middels een netto bedrag van € 2.008,73. Eiseres maakte bezwaar tegen deze terugvordering, stellende dat de afrekening over maart 2022 onjuist was omdat een transitievergoeding en niet-genoten vakantiedagen ten onrechte als inkomen waren meegeteld.
Het UWV herrekende de terugvordering en corrigeerde de berekening door de transitievergoeding en niet-genoten vakantiedagen buiten beschouwing te laten. Desondanks bleef het terug te vorderen bedrag gelijk omdat de overige inkomsten hoger waren dan het WIA-maandloon over maart 2022. De rechtbank stelde vast dat het UWV hiermee aan de bezwaargrond had voldaan.
Eiseres en haar gemachtigde verschenen niet op de zitting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de terugvordering terecht was vastgesteld. Tevens werd het griffierecht niet teruggegeven en werden geen proceskosten toegekend. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het te veel ontvangen WIA-voorschot wordt ongegrond verklaard.