Eiser vroeg op 16 juni 2022 een omgevingsvergunning aan voor het realiseren van een dakopbouw aan de achterzijde van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde deze vergunning op 21 september 2022 omdat de woning niet mag worden vergroot volgens de beheersverordening. Na een bezwaarprocedure handhaafde het college deze weigering op 5 juli 2023.
Eiser stelde dat het college de vergunning had moeten verlenen op grond van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die een afwijking tot 10% van de afmetingen toestaat. De rechtbank oordeelde dat deze afwijkingsmogelijkheid niet van toepassing is omdat deze ziet op de gebiedsregels en niet op de feitelijke maatvoering van de woning. Ook de buitenplanse afwijkingsmogelijkheid (kruimelregeling) werd door het college terecht niet toegepast, omdat het bouwplan in strijd is met de goede ruimtelijke ordening.
De rechtbank volgde het college en de stedenbouwkundige afdeling in hun oordeel dat het optrekken van de achtergevel en de dakopbouw het kleinschalige karakter en de ruimtelijke balans van het bouwblok aantasten, en bovendien een ongewenst precedent scheppen. De belangen van eiser, zoals een slaapkamer aan de geluidsluwe kant, wegen niet op tegen de zwaarwegende stedenbouwkundige belangen.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.