ECLI:NL:RBMNE:2023:736

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 februari 2023
Publicatiedatum
23 februari 2023
Zaaknummer
UTR 22/3026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens laden en lossen

Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij zonder betaling parkeerde op een gefiscaliseerde parkeerplaats. De heffingsambtenaar stelde dat er geen sprake was van laden en lossen, onderbouwd met foto's waarop geen activiteiten zichtbaar waren. Eiser betwistte dit en verklaarde dat hij bezig was met onmiddellijk laden en lossen in het kader van een verhuizing.

De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij de heffingsambtenaar lag om aan te tonen dat er geen laden en lossen plaatsvond. De enkele foto's waren momentopnamen en konden niet weerleggen dat er continu spullen werden verplaatst. Eiser en twee informanten bevestigden dat er voortdurend spullen werden verplaatst zonder pauze en dat de deuren van het busje gesloten waren om diefstal te voorkomen.

Hierdoor achtte de rechtbank het aannemelijk dat er wel degelijk sprake was van laden en lossen. De naheffingsaanslag werd daarom ten onrechte opgelegd en de bestreden uitspraak werd vernietigd. Tevens werden de door eiser gemaakte proceskosten en het griffierecht aan hem vergoed.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd omdat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van laden en lossen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3026

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 februari 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht(de heffingsambtenaar )
(gemachtigde: B. Boersma).

Inleiding

1.1
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 juni 2022.
1.2
De heffingsambtenaar heeft aan eiser op 31 augustus 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] opgelegd van € 70,99 wegens het parkeren met een auto, merk Citroen kenteken [kenteken] , op een zogenaamde gefiscaliseerde parkeerplaats, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan (het primaire besluit).
1.3
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard (de bestreden uitspraak).
1.4
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5
De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2023 op zitting behandeld door middel van een Teams-beeldverbinding. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. De rechtbank heeft tevens mevrouw. [A] en mevrouw
[B] als informanten gehoord.

Overwegingen

2. De auto (een busje) stond op 25 juli 2021 om 12:48 uur op een parkeerplaats aan de [locatie] in Utrecht. Eiser heeft geen parkeerbelasting betaald. Daar zijn partijen het over eens. Ter discussie staat of eiser parkeerbelasting moest betalen. Volgens eiser is dat niet het geval, omdat er geen sprake was van parkeren. Eiser was namelijk bezig met het onmiddellijk laden en lossen in verband met een verhuizing.
3. Het is vaste rechtspraak dat van laden en lossen sprake is als er, meteen nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring spullen in- en uitgeladen worden. Op de heffingsambtenaar rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat geen sprake was van laden en lossen.
3. Volgens de heffingsambtenaar blijk uit de foto’s die de scanauto op 25 juli 2021 van het busje heeft gemaakt dat geen sprake was van laden en lossen. Daarop is niet te zien dat er spullen worden in- en uitgeladen. De deuren van de bus zijn dicht en er zijn geen mensen in de buurt van de bus te zien.
4. Vervolgens is het aan eiser om de met foto’s onderbouwde stelling van de heffingsambtenaar dat geen sprake was van laden en lossen voldoende gemotiveerd te betwisten. De rechtbank vindt dat eiser daarin is geslaagd. Hij heeft in de stukken en op de zitting toegelicht dat hij en degenen die hem hielpen voortdurend met spullen heen en weer liepen tussen het busje en de bovenverdieping, waar de spullen heen moesten. Ze hebben geen pauze gehouden. De deuren van het busje waren steeds dicht op het moment dat er spullen naar boven werden gebracht om diefstal te voorkomen. De rechtbank vindt dit een aannemelijke verklaring, die niet wordt weerlegd door de foto’s van de scanauto. De heffingsambtenaar heeft namelijk op de zitting toegelicht dat de scanauto maar één keer is langs geweest en dat er geen boa is uitgestapt om te kijken wat er aan de hand was. De foto’s zijn dus slechts een momentopnamen en het kan heel goed zo zijn dat de foto’s net zijn gemaakt toen eiser en de anderen spullen naar boven brachten. Daar komt bij dat de rechtbank op verzoek van eiser twee informanten op de zitting heeft gehoord die de door eiser beschreven gang van zaken bevestigen: eisers schoonmoeder en zijn schoonzus. Zij hebben – kort samengevat – verklaard dat zij eiser die dag hielpen met verhuizen, dat zij voortdurend heen en weer liepen met spullen zonder pauze te houden en dat ze de deuren van het busje steeds dicht deden voordat ze naar boven liepen om diefstal te voorkomen. De informanten waren niet aanwezig toen eiser zijn toelichting gaf en zijn los van elkaar (dus niet in elkaars aanwezigheid) gehoord.
5. Onder deze omstandigheden vindt de rechtbank het voldoende aannemelijk dat er sprake was van laden en lossen toen de naheffingsaanslag werd opgelegd. De heffingsambtenaar heeft dus ten onrechte de naheffingsaanslag aan eiser opgelegd. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden uitspraak en herroept de naheffingsaanslag. De rechtbank bepaalt verder dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden uitspraak. Dit betekent dat eiser de naheffingsaanslag niet hoeft te betalen.
6. Omdat eisers beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar proceskosten aan eiser vergoeden. Eiser heeft een bedrag van € 26,88 aan verletkosten gevorderd. De rechtbank vindt dit geen onredelijk bedrag en wijst dit toe. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser nog andere proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
7. De heffingsambtenaar moet ook het door eiser betaalde griffierecht van € 50,- vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- herroept de primaire beschikking en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden uitspraak;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de door eiser gemaakte verletkosten vergoedt ten bedrage van € 26,88;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van I. Zallali, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.