ECLI:NL:RBMNE:2023:738
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde geschil over vier woningen met gedeeltelijke gegrondverklaring beroep
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van vier woningen per waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld en deze waren deels verlaagd na bezwaar. Eiseres betwistte de WOZ-waarden en stelde lagere waarden voor.
De rechtbank beoordeelde per woning of de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Voor drie woningen concludeerde de rechtbank dat de taxatiematrixen en vergelijkingsobjecten adequaat waren en dat de verschillen voldoende waren verwerkt. De door eiseres aangevoerde onderhoudstoestand werd niet voldoende onderbouwd.
Voor de vierde woning oordeelde de rechtbank anders. Eiseres toonde met foto’s en toelichting aan dat de woning in zeer slechte staat verkeert, onbewoonbaar is en grondige renovatie behoeft. De vergelijkingsobjecten waren onder deze omstandigheden onvoldoende vergelijkbaar. De rechtbank stelde de waarde schattenderwijs vast op € 180.000,-, lager dan de heffingsambtenaar had vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep voor deze woning gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar voor deze woning en verlaagde de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiseres vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Moed op 22 februari 2023 en is openbaar.
Uitkomst: Beroep gegrond voor één woning met verlaging WOZ-waarde en proceskostenvergoeding, overige beroepen ongegrond.