ECLI:NL:RBMNE:2023:740
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde en afwijzing immateriële schadevergoeding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarden van drie onroerende zaken, waaronder een dansschool en twee woningen, met als grond dat de waarden te hoog zijn vastgesteld. De heffingsambtenaar handhaafde de waarden na bezwaar. De rechtbank heeft het beroep behandeld via een beeldverbinding waarbij beide partijen werden vertegenwoordigd en taxateurs aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar met behulp van taxatiematrixen en toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld. Hoewel de verkoop van het dansschoolobject binnen de familie plaatsvond en daardoor niet marktconform is, is de waardeverhouding met andere vergelijkingsobjecten inzichtelijk gemaakt. Voor de woningen zijn passende referentiewoningen gebruikt die qua locatie, bouwjaar en uitstraling vergelijkbaar zijn.
Eiseres heeft aangevoerd dat bepaalde stukken niet zijn overgelegd en dat de grondstaffel niet inzichtelijk is gemaakt, maar de rechtbank acht deze bezwaren ongegrond. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn niet is overschreden, aangezien de uitspraak binnen twee jaar na ontvangst van het bezwaarschrift is gedaan.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af en veroordeelt eiseres niet in de proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden worden ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.