Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
[bedrijf]., uit [vestigingsplaats] ( [bedrijf] )
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres was tot 1 september 2020 in dienst bij een bedrijf en meldde zich op 28 juli 2020 ziek vanwege toegenomen klachten. Het UWV besloot op 29 september 2020 dat zij geen Ziektewet-uitkering kreeg omdat zij op 1 augustus 2020 al hersteld was. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de afwijzing.
De rechtbank beoordeelde of eiseres op 1 augustus 2020 arbeidsongeschikt was. Het UWV baseerde zich op rapporten van verzekeringsarts Gille en een arbeidsdeskundige, die concludeerden dat eiseres geschikt was voor haar eigen werk. De rechtbank vond deze rapporten zorgvuldig, consistent en begrijpelijk en zag geen aanleiding om de medische beoordeling te betwijfelen.
Eiseres voerde aan dat haar klachten chronisch en verergerd waren, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen. Nieuwe medische informatie betrof een periode na 1 augustus 2020 en was daarom niet relevant voor het geschil. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiseres geen recht had op een Ziektewet-uitkering per genoemde datum.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.