ECLI:NL:RBMNE:2023:7497
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ingangsdatum verhoging Wajong-uitkering
Eiser, een jonggehandicapte met ernstige beperkingen, verzocht om een verhoging van zijn Wajong-uitkering van 75% naar 100% met terugwerkende kracht vanaf 2007 of 2017. Het UWV verhoogde de uitkering tot 85% met ingang van 11 januari 2021. Eiser stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals zijn medische toestand en onbekendheid van zijn ouders met sociale zekerheidswetgeving, een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat volgens artikel 3:29, tweede lid, van de Wajong de uitkering niet eerder kan ingaan dan één jaar voor de aanvraag, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank stelde vast dat medische beperkingen en onbekendheid met de wetgeving geen bijzondere gevallen vormen die een afwijking rechtvaardigen. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat het UWV terecht geen verhoging naar 100% toekende omdat eiser verzorging ontvangt via dagbesteding.
Het beroep op strijd met het evenredigheidsbeginsel werd eveneens verworpen omdat de wettelijke regeling dwingendrechtelijk is en de gevolgen voor eiser niet zodanig schrijnend zijn dat een uitzondering gerechtvaardigd is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees verzoeken tot terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de verhoging van de Wajong-uitkering blijft één jaar voor de aanvraag.