Eiser heeft een ontheffing aangevraagd om met de auto over een verharde toegangspad te rijden dat langs meerdere percelen loopt om zijn woning te bereiken. Het college verleende aanvankelijk een ontheffing op naam, later gewijzigd naar een ontheffing op kenteken voor vijf jaar. Eiser maakte bezwaar tegen deze wijziging en stelde dat het pad geen voetpad is en dat het gebruik voor gemotoriseerd verkeer zonder beperkingen mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat het pad, gelet op de uiterlijke kenmerken en het spraakgebruik, als voetpad moet worden aangemerkt, ook zonder bord G7. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat het pad voor gemotoriseerd verkeer zonder beperkingen is opengesteld. De rechtbank vernietigt het besluit om de ontheffing op kenteken te stellen wegens strijd met de Awb, maar handhaaft de ontheffing op naam voor vijf jaar als niet onredelijk bezwarend.
Verder overweegt de rechtbank dat het bestemmingsplan niet bepalend is voor de status van het pad als voetpad. De termijn van vijf jaar voor de ontheffing is volgens de rechtbank een redelijke vaste gedragslijn van het college, die voldoende is gemotiveerd. Eiser krijgt proceskostenvergoeding en vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Banga op 22 december 2023.