Partijen sloten op 3 mei 2021 een financial lease overeenkomst betreffende een Dodge Ram. Gedaagde stopte met betalen, waardoor eiseres hem op 30 november 2022 aanmaande en op 3 mei 2023 in gebreke stelde tot betaling en inlevering van de auto. De auto was in beslag genomen en bij de Domeinen geplaatst, maar het beslag werd opgeheven.
Eiseres vordert de teruggave van de auto, inclusief sleutels en kentekenbewijs, met een dwangsom van € 500 per dag tot maximaal € 10.000 en betaling van proceskosten. Gedaagde verschijnt niet in het geding, waardoor verstek wordt verleend.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres spoedeisend belang heeft bij de vordering vanwege de betalingsachterstand en waardevermindering van de auto. De auto is eigendom van eiseres en gedaagde moet deze teruggeven wegens niet-nakoming van de overeenkomst.
De vordering tot afgifte wordt toegewezen met een dwangsom voor het geval de auto niet kan worden opgehaald. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van € 935,61. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.