Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van meerdere eisers tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om een eerder verleende omzettingsvergunning te herroepen en een tijdelijke vergunning te verlenen met voorwaarden. De vergunning heeft betrekking op het huisvesten van maximaal vijf personen in een woning aan een adres in Utrecht.
Eisers stelden dat het college de vergunning had moeten weigeren vanwege het niet voldoen aan de leefbaarheidstoets, met name vanwege clustervorming en andere relevante factoren die overlast veroorzaken. De rechtbank oordeelde dat eiseres [eiser 2] ontvankelijk was, ondanks dat zij geen bezwaar had gemaakt, omdat zij pas na afloop van de bezwaartermijn belanghebbende werd.
De rechtbank concludeerde dat het college de leefbaarheidstoets zorgvuldig had toegepast. De commissie wijziging samenstelling woonruimtevoorraad had een gedegen advies uitgebracht, inclusief een stippenkaart met relevante panden, en had geen bewijs van onevenredige druk door clustervorming gevonden. Ook werden overige factoren zoals horeca, een hostel, een coffeeshop en evenementenlocaties meegewogen, zonder dat deze tot een negatief oordeel leidden.
De rechtbank volgde de motivering van het college en de commissie en stelde vast dat het bestreden besluit zorgvuldig en deugdelijk was gemotiveerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het collegebesluit bleef in stand en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.