Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de brief van 15 augustus 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser nam in 2016 een apotheek over en werd huurder van een bedrijfsruimte. Na een eigendomsoverdracht in 2018 werd gedaagde verhuurder. Eiser vorderde huurprijsvermindering wegens het niet kunnen gebruiken van drie kamers op de eerste etage door verbouwingswerkzaamheden en herstel van corrosie en gaten in steunpilaren.
Gedaagde voerde verweer dat eiser niet de huurder zou zijn en dat de kamers geen deel uitmaken van het gehuurde. De rechtbank oordeelde dat de kamers wel onderdeel zijn van het gehuurde, maar dat geen sprake is van gederfd huurgenot omdat eiser zelf de kamers had afgesloten en er geen structurele belemmering was.
Ook het herstel van de vermeende gebreken werd afgewezen omdat onvoldoende is gesteld of gebleken dat de gebreken nog bestaan. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot huurprijsvermindering en herstel van gebreken worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.