Opposant diende op 14 oktober 2022 beroep in tegen het CAK vanwege vermeende dubbel betaalde zorgverzekeringspremies. De rechtbank verklaarde zich op 31 juli 2023 onbevoegd omdat het geschil geen bestuursrechtelijke kwestie betreft. Hiertegen werd verzet ingesteld.
In de verzetprocedure beperkte de rechtbank zich tot de vraag of de eerdere uitspraak in stand kon blijven. Opposant stelde dat het geen civiele zaak is en dat de rechtspraak verantwoordelijk is vanwege een rechterlijke machtiging. De rechtbank oordeelde dat de brief van het CAK waarin wordt medegedeeld niet tot (terug)betaling over te gaan geen bestuursrechtelijk besluit is, omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft en geen rechten of plichten wijzigt.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere uitspraak van onbevoegdheid in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier P.W. Hogenbirk op 25 oktober 2023 in Utrecht.