ECLI:NL:RBMNE:2023:7611

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 november 2023
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
23/3420
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden tegen besluit gemeente Wijk bij Duurstede

Eiser heeft op 3 juli 2023 beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de gemeente Wijk bij Duurstede van 16 mei 2023. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat eiser niet heeft aangegeven waarom zij het niet eens is met het besluit, oftewel de vereiste beroepsgronden ontbreken.

De rechtbank heeft eiser op 23 oktober 2023 per aangetekende brief verzocht binnen vier weken alsnog de gronden aan te geven. Eiser heeft niet tijdig gereageerd op dit verzoek. Hierdoor kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de rechtbank het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 28 november 2023 in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 23/3420

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. R. van der Weide)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede,verweerder.
Als derde-partij neemt aan deze zaak deel:
[derde partij], (gemachtigde: mr. H.P.J. Berkers).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 3 juli 2023 tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 16 mei 2023.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt kan de rechtbank bepalen dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
3. De rechtbank heeft eiser op 23 oktober 2023 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat zij binnen vier weken moet aangeven waarom zij het niet eens is met het besluit.
4. Eiser heeft niet (op tijd) gereageerd op deze brief.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, van de Awb). Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
28 november 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.