ECLI:NL:RBMNE:2023:7625
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling man tot medewerking aan beëindiging Iraans religieus huwelijk wegens huwelijkse gevangenschap
De vrouw en de man zijn in 2005 in Iran getrouwd en hebben beiden de Iraanse nationaliteit. Hoewel zij in Nederland zijn gescheiden, zijn zij naar Iraans recht nog gehuwd omdat de religieuze echtscheiding niet heeft plaatsgevonden. De vrouw vordert dat de man wordt veroordeeld tot medewerking aan de beëindiging van het Iraanse huwelijk, met oplegging van een dwangsom en de mogelijkheid van lijfsdwang.
De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht toepast, omdat de man in Nederland woont en de schade van de vrouw zich hier voordoet. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van huwelijkse gevangenschap doordat de man weigert mee te werken aan de religieuze echtscheiding. De man heeft geen zwaarwegend belang kunnen aantonen om zijn medewerking te weigeren, ondanks zijn vrees voor mogelijke vervolging door Iraanse autoriteiten.
De rechtbank veroordeelt de man om binnen veertien dagen zijn medewerking te verlenen aan de beëindiging van het Iraanse huwelijk, onder verbeurte van een dwangsom van € 500 per dag met een maximum van € 10.000. De vordering tot lijfsdwang wordt afgewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de beëindiging van het Iraanse religieuze huwelijk onder verbeurte van een dwangsom van maximaal € 10.000.