ECLI:NL:RBMNE:2023:7663

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 december 2023
Publicatiedatum
15 april 2024
Zaaknummer
10704580 \ LC EXPL 23-2076
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 WarenwetregelingArt. 1:1 lid 4 Algemene Wet bestuursrechtArt. 6:119 BWArt. 18 Wetboek van Koophandel
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling herinspectiekosten NVWA door restaurantvennootschap

De zaak betreft een vordering van de Staat tegen een vennootschap onder firma die een restaurant exploiteert. Na een inspectie door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op 24 december 2020 werden overtredingen geconstateerd, waaronder het ontbreken van een voedselthermometer en onvoldoende schoonmaak. De NVWA stuurde een schriftelijke waarschuwing en kondigde een herinspectie aan indien de terugmelding onvoldoende was.

De vennootschap diende op 4 januari 2021 een digitale terugmelding in, maar deze werd door de NVWA als onvoldoende beoordeeld omdat niet alle overtredingen waren opgeheven. Op 17 februari 2021 vond een herinspectie plaats, waarvan de kosten van €161,56 bij de vennootschap in rekening werden gebracht. De vennootschap betaalde deze factuur niet.

De Staat vorderde betaling van de factuur, wettelijke rente vanaf 12 april 2021 en buitengerechtelijke incassokosten. De vennootschap voerde verweer dat de herinspectie onterecht was, maar de rechtbank oordeelde dat de kosten terecht in rekening waren gebracht op grond van de Warenwetregeling en de Algemene Wet bestuursrecht. De rechtbank veroordeelde de vennootschap hoofdelijk tot betaling van de factuur, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitkomst: De vennootschap wordt veroordeeld tot betaling van de herinspectiekosten, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Lelystad
Vonnis van 13 december 2023
in de zaak met zaaknummer: 10704580 \ LC EXPL 23-2076 D/51246 van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelend te 's-Gravenhage,
eiser, hierna te noemen: de Staat,
gemachtigde: D.M. Boes (Flanderijn & Van Eck),
tegen
de vennootschap onder firma
1.
[gedaagde sub 1],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
vertegenwoordigd door haar vennoot de heer [gedaagde sub 3] ,

2. [gedaagde sub 2] ,

vennoot van [gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
vertegenwoordigd door de heer [gedaagde sub 3] ,

3. [gedaagde sub 3] ,

vennoot van [gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
verschenen in persoon,
gedaagden, hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] c.s.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 augustus 2023 met 4 producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek met producties 5 tot en met 9;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde sub 1] c.s. exploiteert een restaurant.
2.2.
Op 24 december 2020 heeft bij [gedaagde sub 1] een inspectie plaatsgevonden door een inspecteur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: de NVWA).
2.3.
Tijdens de inspectie zijn overtredingen geconstateerd. Hierover schrijft de NVWA in een schriftelijke waarschuwing – voor zover van belang – het volgende:

Tijdens de inspectie is gebleken dat de bedrijfsruimte onvoldoende schoon was.
(…)
In de Hygiënecode voor de horeca staat het kritische proces (CCP) ‘verhitten/terugkoelen’ beschreven en hoe dit proces aantoonbaar beheerst moet worden.
U controleert niet op dit item. U beschikt daartoe niet over een voedsel thermometer.
Uit deze bevindingen en verklaringen bleek dat niet werd gehandeld zoals de voornoemde hygiënecode voorschrijft.”.
2.4.
In de bijlage bij de schriftelijke waarschuwing staat – voor zover van belang – het volgende:

Om de overtreding op te heffen, moet u maatregelen nemen. De inspecteur voert een herinspectie en/of herbemonstering uit, om te controleren of u afdoende corrigerende maatregelen heeft genomen. De NVWA is hiertoe verplicht op basis van Europese regelgeving.
Aan de herinspectie zijn kosten verbonden. Deze kosten brengt de NVWA u in rekening.
(…)
U kunt digitaal of schriftelijk reageren. (…)
Beoordeling van uw digitale of schriftelijke reactie
Na ontvangst van uw digitale of schriftelijke terugmelding, beoordeelt de NVWA-inspecteur uw reactie. Als uit de door u aangeleverde informatie blijkt dat de geconstateerde overtreding is opgeheven, dan beoordeelt de inspecteur de reactie als ‘voldoende’ en volgt er geen fysieke herinspectie. (…)
Als uit de door u aangeleverde informatie niet kan worden vastgesteld dat de geconstateerde overtreding is opgeheven, dan beoordeelt de inspecteur de reactie als ‘onvoldoende’ en volgt er een fysieke herinspectie.
De NVWA stuurt u dan twee facturen:
1 Een factuur voor de beoordeling van de door u ingestuurde informatie.
2 Een factuur voor de fysieke herinspectie.”.
2.5.
Op 4 januari 2021 heeft [gedaagde sub 1] c.s. een digitale terugmelding gedaan.
2.6.
Per brief van 5 januari 2021 schrijft de NVWA – voor zover van belang – het volgende aan [gedaagde sub 1] c.s.:

Uw reactie is als onvoldoende beoordeeld, omdat u niet bij alle overtredingen acties heeft beschreven.”.
2.7.
Op 17 februari 2021 heeft een herinspectie plaatsgevonden.
2.8.
Bij factuur van 26 februari 2021 heeft de NVWA een bedrag van € 161,56 voor de herinspectie bij [gedaagde sub 1] c.s. in rekening gebracht. [gedaagde sub 1] c.s. heeft deze factuur onbetaald gelaten.

3.Het geschil

3.1.
De Staat vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde sub 1] c.s. tot betaling van € 219,74 (bestaande uit € 161,56 aan hoofdsom, € 9,78 aan wettelijke rente tot en met 15 augustus 2023 en € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 161,56 vanaf 16 augustus 2023 tot en met de dag van volledige betaling. Verder vordert de Staat veroordeling van [gedaagde sub 1] c.s. in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde sub 1] c.s. voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde sub 1] c.s. moet de factuur van € 161,56 met rente en buitengerechtelijke incassokosten aan de Staat betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Factuur voor de herinspectie
4.2.
De Staat legt aan haar vordering ten grondslag dat zij de factuur van € 161,56 op grond van artikel 21 van Pro de Warenwetregeling doorberekening kosten bij [gedaagde sub 1] c.s. in rekening heeft gebracht. Volgens de Staat moet [gedaagde sub 1] c.s. de factuur betalen.
4.3.
[gedaagde sub 1] c.s. voert aan dat er geen reden was voor een herinspectie. Volgens [gedaagde sub 1] c.s. heeft zij niet om de herinspectie gevraagd, heeft zij foto’s gestuurd en was alles netjes en accepteert zij de door de inspecteur opgelegde verbeterpunten niet.
4.4.
Uit het verweer van [gedaagde sub 1] c.s. begrijpt de kantonrechter dat de kosten van € 161,56 volgens [gedaagde sub 1] c.s. ten onrechte bij haar in rekening zijn gebracht. Dit verweer kan [gedaagde sub 1] c.s. niet helpen. Uit de schriftelijke waarschuwing blijkt dat [gedaagde sub 1] c.s. bij de inspectie op 24 december 2020 controleerde op het proces ‘verhitten/terugkoelen’ en ook niet over een voedsel thermometer beschikte. Dat [gedaagde sub 1] c.s. het niet eens is met deze geconstateerde overtreding is zonder verdere toelichting niet voldoende. Om een herinspectie te voorkomen had [gedaagde sub 1] c.s. in de terugmelding van 4 januari 2021 duidelijk moeten maken welke maatregelen zij heeft getroffen om de overtreding op te heffen. Uit de door de Staat ingediende terugmelding blijkt dat [gedaagde sub 1] c.s. alleen is ingegaan op de andere overtreding, namelijk dat de bedrijfsruimte onvoldoende schoon was. De foto’s die [gedaagde sub 1] c.s. bij de terugmelding heeft bijgevoegd zien ook alleen op schoonmaakwerkzaamheden die zij heeft verricht. Dit heeft ertoe geleid dat de NVWA een herinspectie heeft uitgevoerd, zoals zij ook in de brief van 5 januari 2021 heeft aangekondigd. Op grond van artikel 21 lid 1 van Pro de Warenwetregeling doorberekening kosten in samenhang met artikel 1:1 lid 4 van Pro de Algemene Wet bestuursrecht mocht de Staat de kosten voor deze herinspectie door de NVWA aan [gedaagde sub 1] c.s. doorbelasten. De factuur van € 161,56 is dan ook terecht in rekening gebracht. [gedaagde sub 1] c.s. zal worden veroordeeld om deze factuur aan de Staat te betalen.
Wettelijke rente
4.5.
De Staat vordert wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro. [gedaagde sub 1] c.s. is de wettelijke rente verschuldigd over de periode waarin zij met betaling van de factuur in verzuim is geweest. Volgens de Staat is [gedaagde sub 1] c.s. op 28 maart 2021 in verzuim geraakt. Ter onderbouwing stelt de Staat dat [gedaagde sub 1] c.s. per brief van 28 maart 2021 is gesommeerd om de factuur binnen veertien dagen te betalen en zij dat niet heeft gedaan. Het verzuim van [gedaagde sub 1] c.s. treedt echter pas in op de dag na het verstrijken van de betalingstermijn (in dit geval veertien dagen) in een aanmaning. De gevorderde wettelijke rente over de factuur zal dan ook slechts worden toegewezen vanaf 12 april 2021.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.6.
De Staat vordert € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, gebaseerd op
het bepaalde in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De onderhavige vordering heeft echter geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit van toepassing is. Getoetst moet worden aan de eisen uit het rapport BGK-integraal. Naar het oordeel van de kantonrechter is aan die eisen voldaan. Het gevorderde bedrag van € 48,40 ziet namelijk op redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt. De hoogte van het bedrag is in overeenstemming met de tarieven in het Besluit die geacht worden redelijk te zijn. De kantonrechter zal de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 48,40 daarom toewijzen.
Proceskosten
4.7.
[gedaagde sub 1] c.s. moet de proceskosten (inclusief nakosten) van de Staat betalen, omdat [gedaagde sub 1] c.s. ongelijk heeft gekregen. Tot aan dit vonnis worden proceskosten van de Staat begroot op:
- kosten van de dagvaarding
132,42
- griffierecht
128,00
- salaris gemachtigde
78,00
(2 punten × tarief € 39,00)
- nakosten
19,50
Totaal
357,92
Hoofdelijke veroordeling
4.8.
De vennoten van een v.o.f. zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. Dat volgt uit artikel 18 van Pro het Wetboek van Koophandel. Daarom worden alle veroordelingen hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk om aan de Staat te betalen:
I. € 161,56, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro hierover vanaf 12 april 2021 tot de dag van volledige betaling;
II. € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.2.
veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 357,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde sub 1] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde sub 1] c.s. ook de kosten van betekening betalen;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.