Opposant heeft op 13 september 2022 een beroep ingediend dat op 15 februari 2023 door de rechtbank niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het ontbreken van een kopie van het bestreden besluit. Opposant ging hiertegen in verzet, zonder verzoek om zitting.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetprocedure of het terecht was dat de eerdere uitspraak zonder zitting werd gedaan en of het verzet ontvankelijk is. Opposant moest verzetsgronden aanvoeren die zien op de uitspraak van 15 februari 2023, wat pas inhoudelijk tot beoordeling leidt als de rechtbank oordeelt dat de eerdere uitspraak onjuist is.
Hoewel opposant verzetsgronden indiende, betroffen deze niet de rechtmatigheid van de eerdere uitspraak maar het onderwerp van het oorspronkelijke beroep, namelijk het weer bewoonbaar maken van een woning. Het alsnog overleggen van het bestreden besluit in het verzet herstelt het eerdere verzuim niet.
Daarom verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep van 15 februari 2023 in stand.