ECLI:NL:RBMNE:2023:7682

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
22/1504
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 lid 2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-tijdig ingediend bezwaarschrift afgewezen

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 17 januari 2023 niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift.

Tegen deze uitspraak is opposant in verzet gegaan, zonder daarbij verzetsgronden aan te voeren of een zitting te verzoeken. De rechtbank heeft vervolgens moeten beoordelen of het verzet ontvankelijk is, waarbij zij zich beperkte tot de vraag of er twijfel bestond over de uitkomst van de eerdere uitspraak.

De rechtbank heeft vastgesteld dat opposant geen verzetsgronden heeft ingediend, ondanks een aangetekende brief waarin hem werd verzocht dit binnen twee weken te doen. Deze brief is niet afgehaald, maar later alsnog per gewone post verzonden, zonder dat de termijn opnieuw startte.

Omdat geen geldige reden is gegeven voor het ontbreken van verzetsgronden en het verzuim aan opposant kan worden toegerekend, verklaart de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft de eerdere uitspraak van 17 januari 2023 in stand.

Uitkomst: Het verzet van opposant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van verzetsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1504-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2023 op het verzet van

[opposant] , te [vestigingsplaats] , opposant,

(gemachtigde: mr. drs. S. Bharatsingh).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van opposant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere (verweerder) van 10 februari 2022.
In de uitspraak van 17 januari 2023 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 17 januari 2023 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant zijn bezwaarschrift niet tijdig heeft ingediend. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 17 januari 2023 niet juist was.
3. Opposant moet uitleggen waarom hij het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank van 17 januari 2023. Dat worden ‘verzetsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 8:55, lid 2 van de Awb wordt hiernaar verwezen. Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen verzetsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar opposant niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft opposant op 25 september 2023 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen twee weken moet aangeven waarom hij het niet eens is met de uitspraak van 17 januari 2023. Deze brief is retour gekomen met als reden dat het poststuk niet is afgehaald bij een postNL-punt. De rechtbank heeft de brief van 25 september 2023 vervolgens per normale postzending naar opposant gestuurd op 9 november 2023. Daarin is vermeld dat de in de brief genoemde termijn niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank stelt vast dat opposant geen verzetsgronden heeft ingediend. Het is de rechtbank niet gebleken dat dit verzuim opposant niet is toe te rekenen. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het verzet van opposant niet inhoudelijk zal worden behandeld en dat de uitspraak van de rechtbank van 17 januari 2023 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 november 2023.
(De griffier is verhinderd de uitspraak
mede te ondertekenen).
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.