Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 7 maart 2023.
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen zijn een huurovereenkomst aangegaan voor een bedrijfsruimte met een maandelijkse huurprijs van €3.878,63 en een waarborgsom van €11.635,89. Gedaagde exploiteert een kledingwinkel in het pand, maar is gestopt met het betalen van de huur, waardoor een huurachterstand van €50.270,30 is ontstaan, inclusief het onbetaalde restant van de waarborgsom.
Eiseres vordert ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van de huurachterstand, toekomstige huurpenningen als schadevergoeding en ontruiming van het pand. Gedaagde erkent de achterstand maar verzoekt om rekening te houden met haar financiële situatie en afwijzing van toekomstige huurpenningen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand de ontbinding rechtvaardigt en veroordeelt gedaagde tot betaling van de achterstanden en de huurpenningen tot en met de ontruimingsdatum. Voor de schadevergoeding na ontbinding wordt verwezen naar een schadestaatprocedure, omdat de schade niet goed kan worden begroot. Tevens worden wettelijke rente, incassokosten en proceskosten toegewezen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2023 en gedaagde moet de bedrijfsruimte uiterlijk 31 juli 2023 ontruimen. De vordering tot schadevergoeding na ontbinding wordt toegewezen onder voorbehoud van nadere vaststelling in een schadestaatprocedure.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, toekomstige huurpenningen tot ontruiming, en schadevergoeding op te maken bij staat.