Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
497,50(2,5 punten x tarief € 199,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure stond centraal of de proceskosten nodeloos zijn gemaakt omdat gedaagde stelde dat zij meerdere pogingen had gedaan om een betalingsregeling te treffen met eiseres voordat de dagvaarding werd uitgebracht. De kantonrechter verwees naar het tussenvonnis van 28 juni 2023 waarin gedaagde in de gelegenheid werd gesteld haar standpunt nader te onderbouwen.
De kantonrechter bevestigde dat de hoofdsom van € 1.433,41 aan eiseres moet worden betaald, inclusief wettelijke rente vanaf 9 februari 2023. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 260,16 toegewezen. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden begroot op € 999,59, inclusief salaris gemachtigde.
Uit de stukken bleek dat gedaagde in oktober 2022 de vordering onder de aandacht bracht van een schuldhulpverleningsbedrijf, maar niet dat zij een betalingsregeling met eiseres of haar gemachtigde heeft getroffen. De kantonrechter vond dat gedaagde niet heeft bewezen dat een gerechtelijke procedure voorkomen had kunnen worden en veroordeelde haar daarom tot betaling van de proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan eiseres.