Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] , ter griffie ingekomen op 23 februari 2023;
- het verweerschrift van [verweerster] van 9 maart 2023.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker, sinds 2016 dakloos en tijdelijk woonachtig op verschillende adressen, verblijft sinds december 2022 in een huis nabij Malaga, Spanje. Na een vonnis uit 2017 tot betaling van een bedrag aan verweerster, werd beslag gelegd op zijn AOW-uitkering. De beslagvrije voet werd door de deurwaarder vastgesteld op € 993,- en later verlaagd naar € 735,- vanwege onvoldoende bewijs van woonlasten.
Verzoeker stelde dat de beslaglegging zijn levensonderhoud onmogelijk maakt en dat de beslagvrije voet verhoogd moet worden met terugwerkende kracht per 1 januari 2023, rekening houdend met inflatie en medische kosten. Verweerster betwistte dit beroep op de hardheidsclausule, stellende dat woonlasten en medische kosten niet tot een verhoging leiden.
De kantonrechter oordeelde dat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij tegen vergoeding bij derden woont en dat de deurwaarder ten onrechte geen rekening hield met zijn woonsituatie. Hoewel verzoeker onvoldoende bewijs leverde van de exacte woonlasten, leidt het geheel niet meenemen daarvan tot een onevenredige hardheid. Daarom wordt de beslagvrije voet verhoogd naar € 1.142,- per maand met terugwerkende kracht voor één jaar. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De beslagvrije voet wordt verhoogd naar € 1.142,- per maand met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 voor de duur van één jaar.