Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat deze zaak over?
3.De beoordeling
- dagvaarding: € 107,84
- griffierecht: € 128,00
- salaris gemachtigde € 529,00 (tarief kanton kort geding)
- nakosten € 132,00
- Totaal € 896,84
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een kort geding tussen een verhuurder en een huurder die sinds juni 2023 een huurachterstand heeft opgebouwd van €9.938,04. De verhuurder vordert ontruiming van de huurwoning en betaling van de achterstallige en toekomstige huurpenningen. De huurder erkent de huurachterstand en geeft aan tijdelijk niet te kunnen betalen vanwege financiële problemen, maar verwacht binnenkort inkomsten.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang voor de verhuurder vanwege de oplopende huurachterstand en het risico dat deze verder toeneemt. Gezien de omvang van de achterstand is het aannemelijk dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst volgt. De ontruiming wordt daarom toegewezen met een termijn van veertien dagen.
De kantonrechter wijst de betaling van de huurachterstand en de lopende huur vanaf 1 december 2023 toe, inclusief rente. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een betalingstermijn van veertien dagen. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand en lopende huur.