Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
mr. V.E.J.A. Boots, kantonrechter, en mr. N.A. Adame Sanchez, griffier. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres vordert betaling van een geldvordering gebaseerd op een vermeende overeenkomst tot levering van mobiele communicatiediensten die volgens haar op 17 juli 2018 is gesloten. Zij stelt dat gedaagde maandelijks abonnementsgelden verschuldigd is en dat facturen van mei en september 2019 onbetaald zijn gebleven. Gedaagde betwist het bestaan van de overeenkomst en stelt niet in de winkel van T-Mobile te zijn geweest en geen betaling te hebben gedaan.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het bestaan van de overeenkomst. Hoewel zij zich beroept op een handtekening, rijbewijs en pinpas van gedaagde, betreft dit een geautomatiseerd proces dat door gedaagde overtuigend in twijfel is getrokken. Eiseres heeft nagelaten aanvullende bewijsstukken, zoals de overige maandelijkse betalingen, te overleggen.
De tegenvordering van gedaagde tot schadevergoeding wegens tijdverlies en gemiste inkomsten wordt afgewezen omdat deze te laat is ingediend, namelijk bij de conclusie van dupliek, terwijl dit volgens artikel 137 Rv Pro alleen bij de conclusie van antwoord kan.
Eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde, vastgesteld op € 50,00. De vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de overeenkomst; de tegenvordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.