Portaal vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning omdat de huurder sinds oktober 2021 zijn hoofdverblijf niet meer in de woning zou hebben. Dit zou blijken uit meldingen van omwonenden en de langdurige voorlopige hechtenis van de huurder in Spanje van februari 2022 tot juni 2023.
De huurder voerde verweer dat hij nooit de intentie had zijn hoofdverblijf te verplaatsen en dat zijn verblijf in Spanje onvrijwillig en tijdelijk was. Hij hield Portaal steeds op de hoogte van de stand van zaken in de Spaanse strafzaak. De kantonrechter oordeelde dat voorlopige hechtenis geen verplaatsing van het hoofdverblijf betekent en dat Portaal onvoldoende bewijs had geleverd dat de huurder al voor de detentie niet meer in de woning woonde.
Daarnaast werd Portaal verweten passief te zijn geweest in de communicatie en het niet adequaat informeren van de huurder over het beleid rond huisbewaarderschap tijdens detentie. De dagvaarding kort na terugkeer van de huurder werd als onbegrijpelijk beoordeeld. De vordering werd afgewezen en Portaal werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.