ECLI:NL:RBMNE:2023:7737
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming franchiseovereenkomst en matiging schadevergoeding en boetes
De zaak betreft een geschil tussen franchisegever [eiseres] B.V. en franchisenemer [gedaagde] B.V. over de nakoming van een franchiseovereenkomst voor de exploitatie van broodjeszaken onder de naam "[handelsnaam 1]". De overeenkomst liep van november 2018 tot november 2023, maar werd opgezegd door [eiseres] in mei 2022 vanwege niet-betaling van fees door [gedaagde].
[eiseres] vordert betaling van achterstallige fees (€ 41.100,79), schadevergoeding wegens wanprestatie en boetes voor overtreding van het boetebeding en non-concurrentiebeding. [gedaagde] betwist deze vorderingen en stelt dat [eiseres] haar verplichtingen niet is nagekomen, waardoor hij niet tot betaling verplicht is.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] de franchise-fee van € 25.443,84 inclusief btw verschuldigd is, maar niet de reclame- en IT-fees vanwege onvoldoende inzicht in de besteding daarvan. Het beroep op opschorting faalt omdat [gedaagde] onvoldoende onderbouwt dat [eiseres] tekort is geschoten in begeleiding en knowhowoverdracht. De schadevergoeding wordt gematigd tot € 4.586,13 wegens gedeelde schuld aan de onwerkbare situatie. Het non-concurrentiebeding is geschonden, maar de boete wordt gematigd tot hetzelfde bedrag als de schadevergoeding. Het boetebeding wegens gebruik van de naam wordt afgewezen wegens gebrek aan opzet of grove schuld.
De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Franchisenemer wordt veroordeeld tot betaling van gematigde achterstallige fees, schadevergoeding en boetes wegens schending non-concurrentiebeding.