Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3. Het geschil
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser benaderde gedaagde voor hulp bij de aankoop en import van een tweedehands BMW uit Duitsland. Gedaagde kocht de auto in eigen naam van de Duitse dealer, die alleen aan handelaren wilde verkopen, en bracht deze naar Nederland. Eiser betaalde gedaagde de koopsom en een vergoeding voor de diensten. Na aflevering bleek de auto ernstige gebreken te vertonen, waarop eiser gedaagde aansprakelijk stelde.
Eiser vorderde primair dat tussen hem en gedaagde een koopovereenkomst zou zijn gesloten en dat gedaagde aansprakelijk is voor de gebreken. Subsidiair stelde eiser dat sprake was van een lastgevingsovereenkomst waarbij gedaagde in eigen naam maar voor rekening van eiser handelde, en dat gedaagde tekortgeschoten zou zijn in de nakoming daarvan.
De rechtbank oordeelde dat partijen een lastgevingsovereenkomst zijn aangegaan, waarbij gedaagde de auto in eigen naam maar voor rekening van eiser kocht. Hierdoor is eiser geen partij bij de koopovereenkomst tussen gedaagde en de Duitse dealer en kan hij gedaagde niet aanspreken voor gebreken aan de auto. Ook het subsidiaire verweer van eiser dat gedaagde tekortgeschoten zou zijn in de lastgeving werd verworpen, omdat onvoldoende is gebleken dat gedaagde onzorgvuldig heeft gehandeld of dat eiser schade heeft geleden door het ontbreken van garantie of inspectie.
De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.