De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof veroordeeld tot betaling van een ontnemingsmaatregel van € 2.379.400, waarvan na verrekeningen nog € 2.333.836,08 openstaat. Ondanks meerdere aanmaningen en pogingen tot betalingsregeling heeft veroordeelde vrijwel niet betaald.
De officier van justitie verzoekt om machtiging tot gijzeling voor 1080 dagen wegens betalingsonwil, terwijl veroordeelde stelt niet in staat te zijn te betalen vanwege financiële problemen en leeftijd. De rechtbank beoordeelt dat veroordeelde wel degelijk in staat is een reëel maandbedrag te betalen, ondanks incomplete financiële stukken en betwisting over gestegen kosten.
De rechtbank concludeert dat er sprake is van betalingsonwil en wijst de vordering deels toe, waarbij de gijzeling wordt gemaximeerd op 60 dagen gezien de omstandigheden. De beslissing is genomen met het oog op proportionaliteit en het voorkomen van betalingsonmacht door gijzeling.