De ouders zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen. Twee van hen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vader, met een zorgregeling waarbij zij om de twee weken een weekend bij de moeder verblijven. Sinds december 2022 verblijven deze twee kinderen echter bij de moeder, die het contact met de vader belemmert.
De situatie is complex en zorgelijk door de emotionele spanningen tussen de ouders, veroorzaakt door de buitenechtelijke relatie van de vader. De moeder uit haar boosheid en afkeer openlijk, wat de kinderen emotioneel belast en door Veilig Thuis als emotionele verwaarlozing en psychisch geweld wordt aangemerkt.
De kinderen weigeren contact met de vader, wat hun copingstrategie is in deze ongezonde situatie. De gecertificeerde instelling (GI) heeft geprobeerd de situatie te verbeteren, maar wordt door de moeder tegengewerkt. De rechtbank oordeelt dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat het belang van de kinderen zich verzet tegen nakoming van de zorgregeling.
De voorzieningenrechter veroordeelt de moeder om de kinderen binnen 48 uur aan de vader af te geven, onder een dwangsom van €1.000 per dag tot maximaal €50.000. De vorderingen van de moeder worden afgewezen, waaronder het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging en het toewijzen van de kinderen aan haar. De rechtbank benadrukt het belang van het herstel van contact en het welzijn van de kinderen.