Uitspraak
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van 29 november 2022, gericht tegen mr. I.L. Rijnbout;
- de schriftelijke reactie van mr. Rijnbout van 6 december 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze wrakingszaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak met zaaknummer 545133 / HA RK 22-199. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was en onterecht een datum voor uitspraak had vastgesteld terwijl de mondelinge behandeling nog niet was gesloten.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek en constateerde dat het verzoek niet tijdig was ingediend. De feitelijke grond voor wraking was bekend sinds de brief van de rechtbank van 8 november 2022, maar het verzoek werd pas op 29 november 2022 ingediend. Verzoeker gaf onvoldoende reden voor deze vertraging.
Op grond van artikel 37 lid 1 Rv Pro moet een wrakingsverzoek onmiddellijk na bekendwording van de feiten worden ingediend. Door deze termijnoverschrijding werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en kwam de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.