Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 februari 2023 in de zaak tussen
[verzoeker 1] , uit [vestigingsplaats 1] ,
[verzoeker 3] ,uit [vestigingsplaats 2] ,
verzoekers
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers, houders van visserijbedrijven, maakten bezwaar tegen de reductie van het aantal zegendagen van 7 naar 2 in hun vergunningen voor aal- en schubvisserij in het IJsselmeer. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit had deze reductie opgelegd vanwege het slechte herstel van het brasembestand, gebaseerd op het rapport C042/22 van Wageningen Marine Research.
Na afwijzing van de bezwaren door de minister, vroegen verzoekers de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de werking van de reductiebesluiten te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, maar dat de rechtmatigheid van de besluiten een uitgebreide beoordeling door een meervoudige kamer vereist.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de minister om verslechtering van het brasembestand te voorkomen zwaarder weegt dan het belang van verzoekers om 7 dagen te vissen. Verzoekers konden niet concreet aantonen dat de reductie hun bedrijfscontinuïteit bedreigt en kunnen later eventueel worden gecompenseerd. Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en handhaaft de reductie van het aantal zegendagen.