Eiser, een bedrijf dat elektriciteits- en telecommunicatiekabels legt en voorbereidt, vordert betaling van vier facturen voor werkzaamheden die hij voor gedaagde heeft verricht. Gedaagde betwist de juistheid van de werkzaamheden op basis van overzichten van KPN en verlangt een specificatie.
De kantonrechter oordeelt dat de bewijslast bij gedaagde ligt om aan te tonen dat werkzaamheden niet juist zijn uitgevoerd. Gedaagde heeft dit onvoldoende onderbouwd en heeft ook niet aangetoond dat hij eiser de gelegenheid heeft gegeven om eventuele fouten te herstellen.
De gevorderde hoofdsom van €13.887,50 en de wettelijke rente tot 14 juni 2022 worden toegewezen. De btw-vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform het wettelijke Besluit. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.