ECLI:NL:RBMNE:2023:870

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 februari 2023
Publicatiedatum
1 maart 2023
Zaaknummer
10045777 UC EXPL 22-5414
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering annuleringsvergoeding bij geannuleerde overeenkomst van opdracht

Partijen sloten op 1 april 2022 een overeenkomst waarbij eiser de processen van gedaagde zou optimaliseren met ZOHO software. Na enkele facturen betaalde gedaagde de factuur van 31 mei 2022 niet en annuleerde zij de overeenkomst op 1 juni 2022 wegens ontevredenheid.

Eiser vorderde betaling van een annuleringsvergoeding van €12.983,30 op basis van zijn algemene voorwaarden, terwijl gedaagde dit betwistte en tevens een tegenvordering instelde wegens vermeende wanprestatie en schade.

De kantonrechter oordeelde dat de annuleringsvergoeding niet verschuldigd was omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 11 van Pro de algemene voorwaarden omtrent de termijn van tien werkdagen. Wel werd vastgesteld dat gedaagde nog €363,75 aan openstaande facturen moest betalen met wettelijke rente. De tegenvorderingen van gedaagde werden afgewezen en proceskosten werden gecompenseerd.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de annuleringsvergoeding wordt afgewezen, gedaagde moet €363,75 met rente betalen en de proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10045777 UC EXPL 22-5414 k/1093
Vonnis van 8 februari 2023
inzake
[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam 1],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [eiser] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
procederend in persoon,
tegen:
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V., tevens handelende onder de naam [handelsnaam 2],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [handelsnaam 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
procederend bij [A] , directeur-eigenaar.

1.De procedure

[eiser] heeft [handelsnaam 2] gedagvaard bij dagvaarding van 10 augustus 2022.
[handelsnaam 2] heeft op de dagvaarding gereageerd en een tegenvordering ingesteld.
Hierna heeft de rechtbank een mondelinge behandeling gelast.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 januari 2023. Daarbij waren aanwezig [eiser] , [A] en [B] (marketing manager bij [handelsnaam 2] ).
Nadat partijen niet tot een vergelijk zijn gekomen, heeft de kantonrechter gezegd schriftelijk uitspraak te zullen doen.

2.Wat is het geschil?

De feiten
2.1.
Partijen hebben op 1 april 2022 een overeenkomst gesloten; [eiser] zou de processen van [handelsnaam 2] optimaliseren en automatiseren met behulp van ZOHO software. Hiervoor zou [handelsnaam 2] een bedrag betalen van € 10.730,00 excl. Btw, hetgeen gelijk staat aan 116 uur werk door [eiser] .
2.2.
Bij factuur van 30 april 2022 heeft [eiser] bij [handelsnaam 2] 8 uren in rekening gebracht ter hoogte van € 895,40 incl. btw. Deze factuur heeft [handelsnaam 2] betaald.
Bij factuur van 31 mei 2022 heeft [eiser] bij [handelsnaam 2] 7,25 uren in rekening gebracht ter hoogte van € 811,46. Deze factuur heeft [handelsnaam 2] niet betaald.
2.3.
Op 1 juni 2022 heeft [handelsnaam 2] de overeenkomst geannuleerd, omdat zij niet tevreden was over de gang van zaken.
2.4.
Bij factuur van 5 juli 2022 heeft [eiser] [handelsnaam 2] een bedrag van € 12.983,30 in rekening gebracht aan annuleringsvergoeding (dat is € 10.730,00 excl. btw). Deze factuur heeft [handelsnaam 2] niet betaald.
De vorderingen
2.5.
[eiser] vordert nu dat [handelsnaam 2] de annuleringsvergoeding van € 12.983,30 betaalt (plus rente en kosten). [eiser] meent dat hij op grond van zijn algemene voorwaarden recht heeft op die vergoeding, nu [handelsnaam 2] zonder goede reden de overeenkomst heeft geannuleerd.
2.6.
[handelsnaam 2] wil de annuleringsvergoeding niet betalen, omdat zij de algemene voorwaarden nooit heeft gezien en het niet redelijk en billijk vindt dat zij het hele overeengekomen bedrag moet betalen terwijl er nauwelijks werk is gedaan. [handelsnaam 2] heeft de overeenkomst terecht geannuleerd, omdat [eiser] niet deed wat was afgesproken. De al eerder in rekening gebrachte uren zijn bovendien niet conform het aantal uren dat aan die werkzaamheden zou worden besteed. [handelsnaam 2] eist nu dat [eiser] haar € 16.665,00 betaalt, bestaande uit € 895,00 terzake de reeds betaalde factuur, € 4.400,00 voor de 48 uur aan voorbereiding van de rechtszaak, € 740,00 voor 8 uur om het verweer te schrijven, € 2.590,00 voor 28 uur aan verloren salestijd en € 8.000,00 voor gemiste deals.

3.De beoordeling

De annuleringsvergoeding
3.1.
[eiser] heeft ter zitting aangegeven dat hij zijn vordering baseert op artikel 11 van Pro zijn algemene voorwaarden. Die algemene voorwaarden zijn tussen partijen overeengekomen. Dat blijkt uit het feit dat in de door [handelsnaam 2] getekende opdrachtbevestiging staat:

Alle bedragen zijn excl. BTW en onze Algemene Voorwaarden, zie
www. [handelsnaam 1] .com [.] zijn van toepassing.
Dat [handelsnaam 2] daar bij ondertekening geen acht op heeft geslagen of naar heeft gevraagd, komt voor haar rekening en risico.
3.2.
De algemene voorwaarden heeft [eiser] niet in geding gebracht, maar hebben we ter zitting op de hiervoor genoemde website bekeken.
In artikel 11 van Pro de algemene voorwaarden staat:

Ingeval van annulering of opschorting van door [handelsnaam 1] ingeplande werkzaamheden van de zijde van de opdrachtgever binnen tien werkdagen voordat de werkzaamheden zouden worden verricht heeft [handelsnaam 1] het recht deze werkzaamheden conform overeenkomst in rekening te brengen, ongeacht of de werkzaamheden op een ander moment alsnog worden uitgevoerd.
3.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter is de situatie als in dat artikel genoemd niet aan de orde. [eiser] heeft immers niet onderbouwd dat alle werkzaamheden waren ingepland binnen tien dagen na de annulering. [eiser] heeft voor de ‘planning’ verwezen naar bijlage 15 bij de conclusie van antwoord. Daarin staat echter geen planning, maar wordt voor verschillende werkzaamheden een deadline genoemd. Alleen de werkzaamheden voor de eerste drie (van de 15) deadlines zijn gelegen binnen de termijn van 10 dagen na de annulering (dus 11 juni 2022). De eerste twee zijn gelegen voordat de overeenkomst is geannuleerd, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat die werkzaamheden reeds op 30 april 2022 dan wel 31 mei 2022 zijn gefactureerd. Van de derde deadline (van 8 juni 2022) is onduidelijk hoeveel uren dit betreft, of die niet al in de voornoemde facturen zijn begrepen en zo nee, of en wanneer die dan waren ingepland. Aldus is niet voldaan aan de voorwaarden waaronder op grond van artikel 11 van Pro de algemene voorwaarden een annuleringsvergoeding verschuldigd is, laat staan het hele bedrag voor de opdracht. Dit leidt dus tot afwijzing van de vordering tot betaling van de annuleringsvergoeding. Of [handelsnaam 2] een goede reden had om te annuleren doet in dat kader (ook volgens artikel 11 van Pro de algemene voorwaarden) niet ter zake en laat de kantonrechter dus onbesproken.
De facturen van 30 april 2022 en 31 mei 2022
3.4.
De factuur van 30 april 2022 heeft [handelsnaam 2] betaald, maar daarvan eist zij terugbetaling. De factuur van 31 mei 2022 heeft [handelsnaam 2] niet betaald. De kantonrechter verstaat de vordering van [eiser] aldus dat hij die factuur alsnog betaald wil krijgen.
3.5.
[handelsnaam 2] heeft niet betwist dat de uren gemaakt zijn. Dit betekent dat zij daarvoor in beginsel moet betalen, ook al vertegenwoordigen die uren geen waarde meer door de annulering van de overeenkomst. Dit is anders als er meer uren in rekening zijn gebracht dan op grond van de overeenkomst had gemogen. [handelsnaam 2] zegt dat dit het geval is, nu er voor de kick-off 8 uren in rekening zijn gebracht, terwijl dat volgens de overeenkomst 1 dagdeel en dus 4 uren had moeten zijn. De kantonrechter kan uit de factuur van 30 april 2022 niet opmaken dat de daarin opgenomen uren op meer zien dan alleen de kick-off. Die uren (2 x 4 uur) zijn ook op dezelfde dag gemaakt, maar door twee verschillende medewerkers. Daarom komt de kantonrechter tot het oordeel dat in de eerste, door [handelsnaam 2] betaalde factuur, 4 uren te veel in rekening zijn gebracht. Deze worden verrekend met de uren van de factuur van 31 mei 2022 die [handelsnaam 2] naar het oordeel van de kantonrechter wel moet voldoen. Dat er in de gewerkte uren sprake was van wanprestatie heeft [handelsnaam 2] onvoldoende onderbouwd. [handelsnaam 2] krijgt dus geen geld terug en zal nog een bedrag van € 363,75 incl. btw (7,25 uur – 4 uur) moeten betalen. Ook is zij daarover de wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf de dag de vervaldatum van de factuur, zijnde 16 juni 2022. Daartoe zal [handelsnaam 2] worden veroordeeld.
De tegenvorderingen van [handelsnaam 2]
3.6.
Ook de overige tegenvorderingen van [handelsnaam 2] zullen worden afgewezen. De kosten voortkomend uit het feit dat [handelsnaam 2] niet tijdig met de nieuwe software kon werken en dus deals miste en niet aan sales kon werken, komt niet voor vergoeding in aanmerking nu [handelsnaam 2] zelf de overeenkomst heeft geannuleerd nog voordat duidelijk was dat [eiser] niet naar behoren voor de deadline zou opleveren.
De kosten die gepaard gaan met het voorbereiden van deze rechtszaak en het schrijven van het verweer komen ook niet voor vergoeding in aanmerking. Daarvoor worden in het geval van rechtsbijstand forfaitaire tarieven gehanteerd en in geval van mensen zonder rechtsbijstand – zoals hier het geval is – bestaat er alleen recht op reis- en verletkosten als zij (grotendeels) in het gelijk wordt gesteld. Dit kan anders zijn wanneer er sprake is van misbruik van procesrecht aan de zijde van [eiser] , maar dat is niet gesteld of gebleken.
Proceskosten
3.7.
In het feit dat [eiser] een klein deel van zijn vordering toegewezen ziet, vindt de kantonrechter aanleiding om de proceskosten in die zaak te compenseren. Dat houdt in dat ieder van partijen de eigen kosten draagt die betrekking hebben op de vordering van [eiser] .
3.8.
De tegenvordering van [handelsnaam 2] wordt geheel afgewezen. Daarom wordt zij veroordeeld in de proceskosten die [eiser] met betrekking tot die tegenvordering heeft gemaakt, maar die kosten worden vastgesteld op nihil.

4.De beslissing

De kantonrechter:
Ten aanzien van de vordering van [eiser] :
4.1.
veroordeelt [handelsnaam 2] om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen € 363,75 (incl. btw) met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 16 juni 2022 tot de voldoening;
4.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af;
ten aanzien van de vordering van [handelsnaam 2] :
4.5.
wijst de vordering af;
4.6.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [handelsnaam 2] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.G.F. van der Kraats en in het openbaar uitgesproken door mr. F.H. Charbon op 8 februari 2023.