AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening na uitspraak
De wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland ontving op 8 februari 2023 een wrakingsverzoek gericht tegen mr. M.E.A. Braeken in een civiele familierechtelijke zaak. De rechter had op diezelfde dag rond 11:30 uur de uitspraak ondertekend en om 16:05 uur bekendgemaakt, waarmee de zaak was afgesloten.
Verzoekster diende het wrakingsverzoek in om 17:22 uur, dus na de einduitspraak. Eerder die dag had zij voorwaardelijke wrakingsverzoeken geuit in e-mails, maar deze werden niet als formele wrakingsverzoeken in de zin van artikel 36 RvPro beschouwd. De wrakingskamer oordeelde dat het doel van wraking, namelijk het voorkomen van rechterlijke vooringenomenheid tijdens de behandeling, niet meer kan worden bereikt nadat de zaak is afgerond.
Daarom verklaarde de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek. De beslissing werd op 15 februari 2023 openbaar uitgesproken en is onherroepelijk. De griffier werd opgedragen de beslissing te verzenden aan alle betrokkenen.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.
Uitspraak
Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 552194 / HA RK 23-21
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 15 februari 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoekster] , wonende te [woonplaats]
(verder te noemen verzoekster),
1.De procedure
1.1.
De wrakingskamer heeft op 8 februari 2023 het verzoek tot wraking van mr. M.E.A. Braeken (hierna: de rechter) ontvangen in de hoofdzaak met zaaknummer C/16/550514/ FZ RK 23/21. De rechter heeft op 9 februari 2023 een schriftelijke reactie ingediend.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2.De beoordeling
2.1.
Artikel 36 RvPro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
2.2.
Het middel van wraking is toegekend aan een procespartij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans aan een procespartij die daarvoor vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan.
2.3.
Uit de schriftelijke reactie van de rechter en de daarbij gevoegde e-mails blijkt dat op 8 februari 2023 rond half 12 de uitspraak is ondertekend door de rechter en deze om 16.05 uur bekend is gemaakt door verzending per e-mail van de “kennisgeving mondelinge uitspraak”. Hiermee is de uitspraak gedaan. Die beslissing is een eindbeslissing, waarmee de zaak van verzoekster is geëindigd. Verzoekster heeft het onderhavige wrakingsverzoek ingediend op 8 februari 2023, om 17.22 uur, dus nadat de rechter uitspraak heeft gedaan. In de door verzoekster eerder die dag verstuurde e-mails van 13.42 uur en 14.08 uur, is door verzoekster gezegd de rechter te zullenwraken als er geen uitstel van de zitting wordt verleend. Die e-mails bevatten naar het oordeel van de wrakingskamer slechts een voorwaardelijk geformuleerd wrakingsverzoek en kunnen daarom niet als wrakingsverzoek in de zin van artikel 36 RvPro worden aangemerkt. Hieruit volgt dat de rechter de zaak van verzoekster niet meer behandelde op het moment dat het wrakingsverzoek werd gedaan.
2.4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het wrakingsverzoek.
3.De beslissing
De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team familierecht, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Heinemann, voorzitter, en mr. J.G. Nicholson en mr. S.M. Schothorst, als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. K.S. Smits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2023.
de griffier de voorzitter
De griffier is verhinderd de
beslissing te ondertekenen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.