Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 februari 2023 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van twee perioden van ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers onder de zestien jaar. De tenlastelegging betrof handelingen gepleegd tussen 2008-2009 en 2011-2013 in twee verschillende plaatsen.
De officier van justitie achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, gebaseerd op verklaringen van de slachtoffers en hun moeders, ondersteund door zogenaamd steunbewijs. De verdediging betoogde dat de verklaringen onbetrouwbaar waren en dat er geen voldoende steun- of schakelbewijs was.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen, mede door de lange tijdsduur en sturende vraagstelling, te vaag en mogelijk gekleurd waren. Hierdoor ontbrak de overtuiging dat de ontuchtige handelingen daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. Bij twijfel werd verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarigen.