ECLI:NL:RBMNE:2023:910

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 februari 2023
Publicatiedatum
2 maart 2023
Zaaknummer
330934-21
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarigen

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 februari 2023 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van twee perioden van ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers onder de zestien jaar. De tenlastelegging betrof handelingen gepleegd tussen 2008-2009 en 2011-2013 in twee verschillende plaatsen.

De officier van justitie achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, gebaseerd op verklaringen van de slachtoffers en hun moeders, ondersteund door zogenaamd steunbewijs. De verdediging betoogde dat de verklaringen onbetrouwbaar waren en dat er geen voldoende steun- of schakelbewijs was.

De rechtbank oordeelde dat de verklaringen, mede door de lange tijdsduur en sturende vraagstelling, te vaag en mogelijk gekleurd waren. Hierdoor ontbrak de overtuiging dat de ontuchtige handelingen daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. Bij twijfel werd verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarigen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.330934.21 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 8 februari 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),
wonende op het adres: [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 januari 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A. Dam en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J.W. Vedder, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is ter terechtzitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt erop neer dat verdachte:
Ten aanzien van feit 1:
in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 in [plaats 1] met
[aangeefster 1] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, meerdere ontuchtige handelingen heeft gepleegd;
Ten aanzien van feit 2:
in de periode van 27 augustus 2011 tot en met 27 augustus 2013 in [plaats 2] met[aangeefster 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, meerdere ontuchtige handelingen heeft gepleegd.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Daarbij baseert hij zich ten aanzien beide feiten op de verklaring van aangeefster en haar moeder en daarnaast op steunbewijs, aangezien het onder 1 en 2 tenlastegelegde om vergelijkbare situaties gaat waarbij sprake is van een vergelijkbare handelswijze.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Primair is aangevoerd dat de verklaringen van aangeefsters onbetrouwbaar zijn en subsidiair dat daarvoor geen steunbewijs dan wel schakelbewijs is. Indien de rechtbank van oordeel is dat aan het wettelijk bewijsminimum wordt voldaan, is meer subsidiair aangevoerd dat uit de inhoud daarvan niet de overtuiging kan worden bekomen dat verdachte zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat uiterst behoedzaam moet worden omgegaan met verklaringen die zijn afgelegd over gebeurtenissen die zo’n tien jaren daarvoor, toen aangeefsters (vermoedelijk) rond de acht of negen jaren oud waren, zouden hebben plaatsgevonden.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verklaringen die aangeefsters hebben afgelegd niet zonder meer onbetrouwbaar maar op belangrijke onderdelen wel zozeer vaag dat de rechtbank op basis van die verklaringen, die in samenhang met overige bewijsmiddelen worden bezien, niet de overtuiging heeft gekregen dat de ontuchtige handelingen zoals die verdachte worden verweten zijn voorgevallen. In haar oordeel betrekt de rechtbank dat daar waar aangeefsters concreet hebben verklaard, dit met name in antwoord was op sturende vragen die hen door verbalisanten werden gesteld. Daarbij komt dat het gevaar bestaat dat de herinneringen van aangeefsters zijn gekleurd door de verhalen die binnen hun familie over verdachte rondgaan.
In geval van twijfel dient de beslissing van de rechtbank in het voordeel van verdachte uit te vallen, om welke reden de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het aan hem onder 1 en 2 tenlastegelegde.

5.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.B.W. Beekman, voorzitter, mr. E.G. de Jong en
mr. W. Foppen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Valk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 februari 2023.
mr. W. Foppen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de gewijzigde tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 te
[plaats 1] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland met [aangeefster 1] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij (meermalen) de schaamstreek en/of vagina van die [aangeefster 1] (over de kleding) betast/aangeraakt;
2.
hij in of omstreeks de periode van 27 augustus 2011 tot en met 27 augustus 2013 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] , althans in Nederland, met [aangeefster 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij de schaamstreek en/of vagina en/of de billen van die [aangeefster 2] (over de kleding) betast/aangeraakt.