Eiseres had een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning van 5 uur per week op grond van de Wmo 2015, geldig tot 31 augustus 2021. Na een verlengingsaanvraag en een keukentafelgesprek met een ondersteuningsplan, kende het college van burgemeester en wethouders van Almere een ondersteuningsarrangement toe van 173 uur per jaar, waartegen eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank stelde vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde extra uren niet waren toegekend, zoals voor een extra kamer in gebruik en 'enig extra inzet'. Het college had ter zitting erkend dat een extra kamer bestond, maar had deze uren niet in het besluit opgenomen. Ook de 26 uur voor extra inzet waren ten onrechte niet meegenomen in het totaal.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was en vernietigde het bestreden besluit. Zelf stelde zij het aantal uren huishoudelijke ondersteuning vast op 211 uur per jaar, opgebouwd uit basisuren, extra inzet, extra kamer en aanvullende wasverzorging. Het primaire besluit werd herroepen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.