ECLI:NL:RBMNE:2023:951
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid heffingsambtenaar bij naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Zeist
De heffingsambtenaar van de gemeente Zeist legde op 10 juli 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €61,80 op aan eiseres wegens parkeren zonder betaling op 2 juli 2022. Eiseres maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat door de heffingsambtenaar ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
Tijdens de zitting gaf eiseres aan het verweerschrift niet te hebben ontvangen, maar de rechtbank stelde vast dat de stukken correct waren verzonden. Eiseres voerde aan dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd was omdat de directeur-bestuurder van Coöperatie ParkeerService U.A. geen mandaat had en het college van burgemeester en wethouders niet bevoegd was de heffingsambtenaar aan te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid tot heffing van gemeentelijke belastingen bij de heffingsambtenaar ligt en dat het college van burgemeester en wethouders de heffingsambtenaar bevoegd kan aanwijzen. Het aanwijzingsbesluit, gepubliceerd in het Gemeenteblad van Zeist, wees de directeur-bestuurder van Coöperatie ParkeerService U.A. aan als heffingsambtenaar. Hierdoor was de uitspraak op bezwaar bevoegd genomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag bleef in stand en het verzoek om schadevergoeding en griffierecht werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.