ECLI:NL:RBMNE:2023:954
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar parkeerbelasting wegens onbevoegdheid, naheffingsaanslag blijft in stand
Eiser parkeerde op 1 augustus 2022 zijn auto zonder betaling van parkeerbelasting aan de Amsterdamseweg in Amersfoort. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag van € 68,75 op, inclusief kosten. Eiser maakte bezwaar, dat door een medewerker van Coöperatie ParkeerService U.A. werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat deze medewerker niet bevoegd was om op bezwaar te beslissen, waardoor de uitspraak op bezwaar vernietigd werd.
De directeur-bestuurder van Coöperatie ParkeerService U.A. bekrachtigde later de uitspraak op bezwaar, wat wel bevoegd was. Daarom beoordeelde de rechtbank inhoudelijk het geschil. Eiser stelde dat hij onterecht naheffingskosten van € 66,50 moest betalen omdat de bekendmaking van het maximale kostenbedrag te laat zou zijn geweest. De rechtbank oordeelde dat de bekendmakingstermijn niet fataal is en dat het kostenbedrag conform het besluit is vastgesteld.
Eiser voerde ook aan dat de parkeerbelasting onvoldoende kenbaar was vanwege een 'einde betaald parkeren-zone' bord. De rechtbank stelde vast dat voldoende bebording aanwezig was en dat eiser zijn onderzoeksplicht niet was nagekomen. Het beroep werd gegrond verklaard vanwege onbevoegdheid van de medewerker, maar inhoudelijk afgewezen. De naheffingsaanslag bleef in stand. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837 en het griffierecht van € 50, vermeerderd met wettelijke rente.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, maar de naheffingsaanslag parkeerbelasting blijft in stand; de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.