Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 2 april 2021. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden en is op 21 april 2022 in gebreke gesteld. Het beroep is tijdig ingesteld en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen. Hoewel verweerder een langere termijn van dertien weken had verzocht vanwege de complexiteit en het aantal aanvragen, acht de rechtbank deze termijn te lang en stelt een vaste termijn van twaalf weken in soortgelijke zaken. In dit specifieke geval is deze termijn al verstreken, waardoor de standaardtermijn van twee weken geldt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Verweerder had reeds een dwangsom van € 1.442 toegekend, waarover de rechtbank zich niet verder uitlaat.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 50. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en uitgesproken op 1 maart 2023.