Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 15 april 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en stelde dat de ingebrekestelling prematuur was, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet terecht is omdat verweerder zelf had aangegeven niet op tijd te kunnen beslissen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen binnen een termijn die in beginsel twee weken na verzending van de uitspraak bedraagt. Gezien de complexiteit en het aantal aanvragen is een langere termijn van twaalf weken gebruikelijk, maar deze termijn is in dit geval al verstreken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor iedere dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier S. Westerhof op 2 maart 2023. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.