Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op haar aanvraag van 6 januari 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om over dit beroep te oordelen nadat het was doorgestuurd door de rechtbank Amsterdam.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres haar beroep tijdig heeft ingediend na ingebrekestelling. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn dan de standaard twee weken om alsnog een besluit te nemen, gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen.
De rechtbank oordeelt dat de standaardtermijn van twee weken te kort is in dit bijzondere geval, maar stelt vast dat de door verweerder gevraagde termijn van dertien weken inmiddels is verstreken. Daarom wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder heeft eerder een dwangsom van €1.442 toegekend, waar de rechtbank zich bij neerlegt.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht, omdat het beroep gegrond is verklaard.