Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag uit november/december 2020. De Belastingdienst heeft geen verweerschrift ingediend ondanks verzoeken van de rechtbank.
De rechtbank constateert dat de Belastingdienst in juli 2021 een voorlopige toekenning van € 30.000 heeft gedaan, maar dat een volledige herbeoordeling nog niet heeft plaatsgevonden. De wettelijke beslistermijn van zes maanden is ruimschoots overschreden, en eiseres heeft de Belastingdienst in oktober 2022 schriftelijk in gebreke gesteld. Twee weken na deze ingebrekestelling heeft zij beroep ingesteld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de Belastingdienst binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarnaast legt zij een dwangsom van € 100 per dag op, met een maximum van € 15.000. De reeds verstreken termijn van 42 dagen leidt tot een vaststelling van de dwangsom op € 1.442. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.