Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op zijn aanvraag van 10 januari 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser tijdig een ingebrekestelling heeft gedaan en daarna beroep heeft ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Hoewel verweerder om een langere termijn van dertien weken heeft verzocht vanwege de complexiteit en het grote aantal aanvragen, acht de rechtbank de standaardtermijn van twee weken passend, omdat de door verweerder voorgestelde langere termijn niet voldoende onderbouwd is in vergelijkbare zaken.
De rechtbank legt een dwangsom van €100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000,-. Tevens wordt verweerder opgedragen het door eiser betaalde griffierecht van €50,- te vergoeden. Er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra op 28 februari 2023.