De zaak betreft een geschil over de administratie- en opgaveplicht van de nalatenschap van erflater, waarbij eiseres vordert dat gedaagde, die executeur en enig erfgenaam is, een boedelbeschrijving en jaarlijkse opgaven verstrekt. Erflater had een tweetrapsmaking testament opgesteld met voorwaarden voor de nalatenschap.
Gedaagde heeft de nalatenschap zuiver aanvaard maar heeft niet voldaan aan de opgaveplicht en het afzonderlijk administreren van het bezwaarde vermogen. Zij stelt echter te goeder trouw te zijn en heeft met terugwerkende kracht een reconstructie gemaakt van de bestedingen van banktegoeden en onderhoudskosten van de woning.
De rechtbank oordeelt dat de boedelbeschrijving per datum overlijden is verstrekt en dat de woning en inboedel grotendeels onveranderd zijn gebleven. Van gedaagde kon niet worden verlangd om gedetailleerde jaarlijkse opgaven van inboedel en banktegoeden te doen vanwege het tijdsverloop en de vermenging met privévermogen.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot het jaarlijks verstrekken van een kopie van de WOZ-waardebepaling van de woning, maar wijst de overige vorderingen af. De proceskosten worden gecompenseerd.