Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 2 februari 2021. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst tijdig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat de Belastingdienst alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van twee weken onredelijk kort en stelt een termijn van twaalf weken vast, met mogelijke verlenging afhankelijk van de termijn voor het indienen van een zienswijze.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €15.000. De Belastingdienst wordt tevens verplicht het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden. De rechtbank wijst een zitting af en stelt dat partijen schriftelijk kunnen reageren.