Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Inleiding
1 januari 2018. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiseres als eigenaar en gebruiker van deze onroerende zaak ook een aanslag onroerendzaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
7 april 2021 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
1 januari 2019. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiseres als eigenaar en gebruiker van deze onroerende zaak ook een aanslag onroerendzaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
7 april 2021 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Overwegingen
€ 859.000,- per 1 januari 2019. De heffingsambtenaar handhaaft de vastgestelde waardes.
[adres 4] , omdat de ligging van het object van eiseres bij het centrum is gelegen en een goede zichtbare locatie aan een doorgaande weg heeft. Bovendien vindt de taxateur dat de huurwaarde en de kapitalisatiefactor van het object in voldoende mate is onderbouwd door de referentieobjecten. De kapitalisatiefactoren van de referentieobjecten zijn namelijk onderbouwd aan de hand van de huurwaardes van de referentieobjecten in de bijlage van de taxatiematrices. Hieruit blijkt dat de huurwaarde en de kapitalisatiefactor van het onderhavige object niet te hoog is vastgesteld. Eiseres heeft dit niet onderbouwd weersproken.
29 januari 2024. Ook op 5 februari 2024 is een stuk van Bartels bij de rechtbank binnengekomen. Omdat dit stuk pas bij de rechtbank is binnengekomen nadat het onderzoek op 29 januari 2024 ter zitting is gesloten en dit stuk geen aanleiding geeft om het onderzoek te heropenen, wordt dit stuk niet in behandeling genomen door de rechtbank.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van € 50,- aan schadevergoeding aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van € 50,- aan schadevergoeding aan eiseres;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 109,38 aan proceskosten aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot betaling van € 109,38 aan proceskosten aan eiseres.
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van € 50,- aan schadevergoeding aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van € 50,- aan schadevergoeding aan eiseres;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 109,38 aan proceskosten aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot betaling van € 109,38 aan proceskosten aan eiseres.
mr.D. Burggraaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2024.