Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
. [3]
. Door verbalisant werd het volgende bevonden: [7]
- 22:27:38 uur: Verdachte 2 en 3 lopen allebei naar de personenwagen die er ook stond toen zij de woning betraden;
- 22:27:40 uur: Verdachte 1 verlaat de woning. [11]
A: Dat is haar zus [medeverdachte 2 (voornaam)] (
de rechtbank begrijpt dat verdachte medeverdachte [medeverdachte 2] bedoelt). [14]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
een gevangenisstraf van 6 maanden;
- 25, althans een of meerdere horloge(s) en/of
- een grote hoeveelheid goud(staven) (met een waarde van in totaal (ongeveer) 200.000 euro) en/of
- een grote hoeveelheid siera(a)d(en) en/of
- een geld-/medicijnenkistje (met daarin medicatie) en/of
- een envelop met contant geld,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht )